Dunlop rolstoeltennis (3)

Rolstoeltennissers

Tennissen biedt rolstoelgebruikers dezelfde gezondheidsvoordelen als andere tennissers. Daarnaast kan sport voor mensen in een rolstoel een middel zijn om re-integratie in de maatschappij te realiseren. Sport biedt de ontspanning die nodig is om je te kunnen handhaven in de samenleving. Bovendien blijkt dat contact met lotgenoten erg belangrijk is. Hun ervaringen kunnen een stimulans zijn voor zelfstandigheid. Ten slotte blijven mensen na een revalidatieperiode door te sporten beter belastbaar en krijgen ze minder complicaties, zoals infecties, overgewicht en gewrichtsproblemen.

Behalve een tennisracket en ballen, behoort een goede rolstoel vanzelfsprekend tot de basisuitrusting van iedere rolstoeltennisser. Naast de rolstoel zelf vragen ook eventuele fixerende banden, de kleding en het racket specifieke aandacht.

Basisuitrusting

Behalve een tennisracket en ballen, behoort een goede rolstoel vanzelfsprekend tot de basisuitrusting van iedere rolstoeltennisser. Naast de rolstoel zelf vragen ook eventuele fixerende banden, de kleding en het racket specifieke aandacht.

Sportrolstoelen die tijdens het tennissen worden gebruikt, verschillen van de ‘dagelijkse’ rolstoelen. Ze zijn lichter en het zwaartepunt van de stoel ligt meer naar achteren. De grote wielen staan veel schuiner om de wendbaarheid te vergroten.

1. Rolstoelzitting

Nog niet zo lang geleden hadden de meeste rolstoelen een zitting die aan de rugzijde wat was verlaagd (een bucket), maar tegenwoordig zijn er veel tennissers die kiezen voor een vlakke zitting of zelfs een zitting die aan de voorzijde wat verlaagd is. In het laatste geval wordt het gebruik van fixerende banden extra belangrijk. De keuze voor wel of geen bucket wordt sterk bepaald door de handicap van de speler (wel of geen balans).

2. Rolstoelwielen

Ook het aantal wielen verschilt van stoel tot stoel. Hadden sportrolstoelen vroeger allemaal vier wielen, later zagen we steeds meer driewielers, daarna kwam daar het achterwiel bij en tegenwoordig zien we ook toptennissers in stoelen met vijf of zelfs zes wielen.

3. Fixerende banden

Rolstoeltennissers streven ernaar dat ze een eenheid vormen met hun rolstoel en dat hun lichaam en stoel in harmonie kunnen functioneren. Het gebruik van fixerende banden (of riemen) helpt hierbij. Die worden gemaakt van veel verschillende materialen en kunnen worden aangebracht rondom de voeten, knieën, dijen of het middel. De toepassing van banden is mede afhankelijk van de spierfunctie en de handicap van de tennisser.

  • Voorkom dat fixerende banden wondjes veroorzaken en controleer de gewrichten en de huid regelmatig (vooral op die plaatsen waar je (vrijwel) geen gevoel hebt).
  • Zorg ervoor dat de doorbloeding in de benen voldoende blijft.

4. Kleding

Naast de algemene adviezen over tenniskleding zijn er voor rolstoeltennissers nog enkele extra aandachtspunten:

  • Draag geen kleding van erg glad materiaal: dat gaat ten koste van de grip die je lichaam heeft op de stoel.
  • Kies geen kleding met wijde zakken: tijdens het duwen van de rolstoel kunnen je duimen hierin blijven haken.
  • Gebruik kledingbeschermers tussen de zitting en de wielen.
  • Draag eventueel een (golf-, fitness- of wielren) handschoen aan de niet-dominante hand om blaren en verwondingen te voorkomen.
  • Draag geen te strakke kleding die striemen kan veroorzaken of druk kan geven.

5. Het racket

Ook de algemene adviezen over het tennisracket zijn voor rolstoeltennissers relevant. Kies verder niet voor een te grote grip te kiezen, omdat je de rolstoel moet kunnen duwen terwijl je het racket vasthoudt. Het is handiger om met een kleine grip te beginnen en die eventueel met een overgrip te verdikken. Bij een slechte handfunctie kan het racket aan de onderarm of hand worden gefixeerd.

Tips rond uithoudingsvermogen

Afhankelijk van de aard van de beperking kan het duuruithoudingsvermogen van rolstoeltennissers beperkt zijn. Tennissen én specifieke training kunnen een eventuele achterstand verkleinen.

  • Ook rolstoeltennissers kunnen hun uithoudingsvermogen trainen. Train het uithoudingsvermogen bij voorkeur drie keer per week of vaker, gedurende twintig tot dertig minuten.
  • Als je basale uithoudingsvermogen goed is, kun je de training van het uithoudingsvermogen aanvullen met intervaltraining. Zo’n intervaltraining kan bestaan uit afwisselend inspanningen van circa 15 seconden en rustperiodes van 45 tot 60 seconden. In een latere fase kun je de periodes van inspanning vergroten en de rustperiodes inkorten.
  • Nieuwe ontwikkelingen, zoals de handbike of de Berkelbike, bieden nieuwe mogelijkheden om je fysieke conditie op peil te houden.
  • De richtlijnen voor een goede warming-up en cooling-down gelden ook voor tennissers met een beperking.
  • Rolstoeltennissers doen er verstandig aan veel aandacht te besteden aan mobiliteitstraining die erop gericht is de stoel snel in de juiste positie te krijgen en snel te kunnen stoppen en keren. Train zowel voorwaartse, achterwaartse als zijwaartse bewegingen. Handige richtlijn: zorg dat de tijd die je besteedt aan mobiliteitstraining minimaal gelijk is aan de tijd die je besteedt aan de training van je technische vaardigheden.

Meer informatie

Klik hier voor meer informatie over rolstoeltennis.