Na de US Open in New York reizen de rolstoeltennissers gelijk door naar Orlando, waar de World Team Cup op het programma staat. Bij de vrouwen en de quads gaat Nederland voor niets minder dan goud terwijl de mannen hopen op een medaille.
De BNP Paribas World Team Cup is het landentoernooi voor rolstoeltennissers en daarmee de rolstoelvariant op de Davis Cup/Billie Jean King Cup. Van 16 tot en met 19 september strijden twaalf mannenteams, twaalf vrouwenteams en acht quadteams voor de titels. De junioren hebben sinds dit jaar een eigen toernooi, dat eerder al is afgewerkt in België. Nederland zond een jongensteam uit naar Knokke-Heist en dat eindigde als vijfde van de acht.
Net zoals vorig jaar behoort Nederland in het vrouwentoernooi tot enkele grote kanshebbers op de titel en is het bij de quads de uitgesproken favoriet. Niet zo gek als je bedenkt dat Niels Vink en Sam Schröder de sport domineren. Vink is de onbetwiste nummer één van de wereld. Hij verloor voor het laatst een wedstrijd op Grand Slam-niveau op Roland Garros in 2025. Sindsdien troffen Vink en Schröder elkaar in vijf van de zes Grand Slam-finales, waarvan de laatste deze week op de US Open. Vink won met 6-2, 7-5 en voltooide daarmee de Calendar Slam (vier Grand Slam-titels in één seizoen). In de World Team Cup gaan Vink en Schröder op voor een vijfde titel in zes jaar.
Net zoals iedereen zou ook bondscoach rolstoeltennis Amanda Hopmans er raar van opkijken wanneer de titel in de quads aan Nederland voorbij gaat, al moet het uiteraard nog maar even gebeuren.
Concurrentie is hevig
Bij de vrouwen ligt dat heel anders. Met dit jaar drie verschillende winnaressen op de Grand Slams is de concurrentie daar hevig. “Nederland, China en Japan liggen heel dicht bij elkaar. Met Yui Kamiji is Japan altijd een kanshebber en van China weten we ook dat ze een sterk team hebben. Het zal een behoorlijke strijd worden”, verwacht Hopmans. Op papier heeft recordkampioen Nederland het sterkste team, met de nummers één (Diede de Groot), vier (Aniek van Koot), vijf (Lizzy de Greef) en dertien (Jinte Bos) in de gelederen. Maar een 35ste titel, in 40 edities, is dus allesbehalve een vanzelfsprekendheid.
Egberink en Spaargaren terug
In tegenstelling tot vorig jaar, toen op de Japanners na alle topspelers de World Team Cup boycotten, is het mannentoernooi sterk bezet en treedt ook Nederland aan met haar beste formatie. Tom Egberink (FOTO ONDER) en Ruben Spaargaren zijn er dus weer bij, aangevuld met Maarten ter Hofte die op de wereldranglijst maar net achter deze mannen staat op de twaalfde plaats. “Japan, Engeland en Spanje zijn heel sterk. Het zou mooi zijn als wij om een medaille kunnen strijden”, kijkt Hopmans vooruit.
Ze reist samen met de rolstoeltennissers gelijk na de US Open door naar Orlando in de staat Florida. In vergelijking met het ook al warme New York is het daar nog een stukje warmer. “En je hebt een hogere luchtvochtigheidsgraad. Dat is even wennen, maar we vliegen zondag vanuit New York en hebben dan maandag en dinsdag om bij te komen. Woensdag begint het toernooi.”
'Combinatie niet ideaal'
Dat World Tennis (voorheen de ITF) dit toernooi nu zo pal na de US Open heeft ingepland is volgens Hopmans zowel een nadeel als een voordeel. “Alle topspelers zijn al in Amerika, dus de bezetting is sterk. Maar de combinatie is natuurlijk niet ideaal. De Slams zijn toch het belangrijkste. Daar leven spelers naar toe en willen ze ook even van bijkomen. Ze zullen zich dus in korte tijd weer moeten opladen, maar ik verwacht wel dat ze er na een paar dagen rust klaar voor zijn”, aldus Hopmans.
Jubileumeditie
De Verenigde Staten is voor de eerste keer sinds 1999 gastheer en voor de negende keer in totaal (sinds 1985). Rolstoeltennispionier Brad Parks initieerde de eerste World Team Cup in 1985 en zal erbij zijn als het toernooi zijn 50ste editie beleeft (in 2020 ging het niet door vanwege corona). 51 jaar nadat Parks met de sport begon in Californië, wordt rolstoeltennis gespeeld in meer dan honderd landen over de hele wereld.
Klik hier voor meer over de World Team Cup.